Een dienstverband kan uit verschillende overeenkomsten bestaan. Het BW onderscheid drie overeenkomsten
de arbeidsovereenkomst
de overeenkomst tot aanneming van werk
de overeenkomst van opdracht.
De arbeidsovereenkomst is de meest voorkomende vorm. In de praktijk worden ook andere benamingen voor de overeenkomsten tot het verrichten van arbeid gehanteerd, zoals freelance-overeenkomst, ZZP-overeenkomst, afroep- of oproepcontract, min-maxovereenkomst en dergelijke. Deze begrippen zijn echter niet terug te vinden in het BW. Terwijl deze toch leidend is. Deze benamingen zijn echter steeds terug te herleiden tot de bovengenoemde drie overeenkomsten. Indien alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst aanwezig zijn, dan moet worden aangenomen dat er een arbeidsovereenkomst is, ook al noemen partijen het bijvoorbeeld een afroepcontract of een freelance overeenkomst. In zo'n geval is bijvoorbeeld een bepaling dat niet hoeft te worden opgezegd slechts geldig indien het civiele arbeidsrecht dat toestaat. Denk voorts aan het minimumloon, vakantiedagen, vakantietoeslag, CAO-bepalingen, gelijke behandeling, ontslagbescherming en reïntegratie. Het bestaan van een arbeidsovereenkomst heeft voorts fiscaalrechtelijke gevolgen en er ontstaat een verplichte verzekering voor de werknemersverzekeringenen, en vaak ontstaat aanspraak op pensioen
De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij (de werknemer) zich verplicht in dienst van de andere partij (de werkgever) gedurende een bepaalde tijd, tegen betaling, arbeid te verrichten. Een arbeidsoverenkomst kan zowel schriftelijk als mondeling worden aangegaan.
Kenmerken:
- het gaat om verrichten van persoonlijke aard
- er is loon bedongen
- er is een gezagsverhouding
Alle drie kenmerken moeten aanwezig zijn, wil er sprake zijn van een arbeidsoverenkomst.