FAQ aan NedSal.com
Ma, 20 September, 2010 11:14 bron: Elsevier home

Zwangerschapsverlof |

HELP MIJN WERKNEEMSTER IS ZWANGER.... 5 vragen over zwangerschapsverlof


1 Duur


Hoe lang krijgt een zwangere werkneemster zwangerschapsverlof? De werkneemster heeft recht op 16 weken zwangerschapsverlof. Afhanke lijk van de situatie kan zij zes tot vier
weken voor de uitgerekende bevalling verlof op nemen. Na de bevalling kan zij nog tien tot twaalf weken verlof krij gen. Het UWV hanteert de volgende regels:
. De werkneemster kan nooit eerder dan zes weken en nooit later dan vier weken voor de uitgerekende bevalling zwangerschapsverlof opnemen.
. De werkneemster bepaalt zelf op welk moment zij het verlof wil laten ingaan.
. Werkt zij langer door dan tot zes weken voor de bevallingsdatum, dan wordt het resterende verlof van vóór de bevallingsdatum opgeteld bij het verlof dat overblijft na de evalling.   werkt de werkneemster iets langer door, dan heeft dat dus geen gevolgen voor de totale duur van het verlof.
. De werkneemster heeft recht op minimaal tien weken bevallingsverlof na haar verlof.
. De werkgever is verplicht ervoor te zorgen dat de zwangere werkneemster vanaf uiterlijk vier weken voor de uitgerekende datum geen arbeid meer verricht. Dit arbeidsverbod   geldt formeel tot zes weken na de bevalling. Een overtreding van deze verplichting wordt beschouwd als een economisch delict. De werkgever kan hiervoor met een boete en   zelfs gevangenisstraf wor den bestraft. Wanneer wij als salarisprofessional te maken krijgt met overtreding van deze regels, zullen wij de werkgever waarschuwen voor de   gevolgen.

2 Langer verlof


Kan iemand in sommige gevallen ook langer zwangerschapsverlof krijgen? Omdat het tijdstip van de bevalling nooit helemaal met zekerheid te voorspellen is,kan het voorkomen dat het verlof in de praktijk iets langer duurt en ook het recht op een uitkering van het UWV wordt verlengd. Komt de baby namelijklater dan de uitgerekende datum, dan
kan de totale lengte van het verlof langer zijn dan 16 weken. Hierbij weegt ook de ingangsdatum van het verlof mee. Ook de cao kan langer verlof mogelijk maken. Als salarisprofessional doet u er goed aan om de cao na te kijken. In het merendeel van de gevallen mag de werkneem ster extra onbetaald verlof nemen.
Zij krijgt dan dus geen uitkering meer van het UW. Mocht er niets geregeld zijn, dan kan de werkgever op eigen initiatief extra onbetaald verlof mogelijk maken. Dit is meestal geregeld in het personeels- of arbeidsvoorwaardenregelement.

3 Aanvraagprocedure


Hoe werkt de aanvraagprocedure voor een uitkering tijdens zwangerschapsverlof? Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de aanvraag van de
zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Dit gaat als volgt:
. De zwangere werkneemster laat een zwangerschapsverklaring afgeven door de verloskundige of haar behandelend arts.
. Zij geeft deze verklaring door aan de werkgever.
. Werkgever meldt het verlof bij het UWV uiterlijk twee weken voor het verlof ingaat. U moet hiervoor gebruikmaken van een speciaal hiervoor ontwikkeld aanvraagformulier van   het UWV.  De bevallingsdatum hoeft u of de werkneemster niet door te geven aan het UWV.

U kunt deze procedure ook door NedSal.com laten verzorgen.

4 Uitkering


Hoe hoog is de uitkering van het UWV? Het UWV betaalt gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof een uitkering uit ter hoogte van het laatste maandloon van de werkneemster. Hiervoor geldt wel het maximum dagloon. In de meeste gevallen maakt het UWV de uitkering aan de werkgever over. In dat geval betaalt u het reguliere loon van de werk neemster gewoon door. Op verzoek van de werkgever of van de werkneemster kan het UWV de uitkering ook aan de werkneemster zelf betalen.

5 Ziek


Wat gebeurt er als een zwangere werkneemster ziek wordt? Als een werkneemster ziek wordt door de zwangerschap, heeft ze recht op een Ziektewetuitkering. Dit scheelt de werk gever loondoorbetaling. Dit geldt zowel voor als na het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wordt de. werkneemster zes weken of eerder voor de uitgerekende
bevallingsdatum ziek, dan gaat haar ver lof en de uitkering automatisch zes weken voor de bevallingsdatum in, ook als zij vier weken voor die datum wilde stoppen met werken. Als de werkneemster ziek wordt tussen de zesde en vierde week voor de uitgerekende datum, terwijl ze besloten had om vier weken voor die datum met werken te stoppen, tellen de ziektedagen als verlofdagen. Deze gaan dan af van het bevallingsverlof. Deze regel geldt ook als de werkneemster verzuimt om een reden die losstaat van de zwangerschap. In dat geval krijgt de werkneemster geen Ziektewetuitkering, maar geldt de loondoorbetalingsplicht tijdens ziekte. Soms meldt een werkneemster zich ziek na het zwangerschapverlof, terwijl ze ook al ziek was voordat het verlof inging. Als de medische oorzaak van deze ziekteperiode anders is dan daarvoor, dan geldt een nieuwe ziekteperiode. Is echter de
medische oorzaak wel dezelfde is als van de periode van voor het zwangerschapsverlof, dan gelden beide ziekteperioden als één doorlopende periode. De loon doorbetalingsplicht of de Ziektewetuitkering eindigt daardoor eerder.

Baby te vroeg


Een werkneemster stopt met werken 6 weken voor zij uitgerekend is. Zij heeft dus na de bevalling nog 10 (16 min 6) weken verlof tegoed. Haar baby komt echter te vroeg, al na 3
weken verlof. Toch krijgt zij in totaal maximaal 16 weken verlof. De werkneemster heeft nu dus nog 13 (10 plus 3) weken verlof tegoed na haar bevalling.

Baby te laat

Een werkneemster stopt met werken 4 weken voordat zij uitgerekend is. Zij heeft dus na de bevalling nog 12 (16 min 4) weken verlof tegoed. Haar kind wordt echter 2 weken te laat geboren. De 2 weken die de baby op zich heeft laten wachten, worden bij de verloftermijn opgeteld. In totaal duurt het zwangerschaps- en bevallingsverlof daarom 18 weken.

Aangepaste werktijden


Wanneer de zwangere werkneemster om aanpassing van de arbeids- en rusttijden vraagt, dan moet de wer gever daarmee akkoord gaan. Zij heeft namelijk recht op een regelmatig
arbeidspatroon en hoeft niet over te werken of nachtdiensten te draaien. Daarnaast heeft zij recht op extra pauzes, tot maximaal l/8e van haar werktijd. Deze pauzes moet de werk-
gever doorbetalen. Hetzelfde geldt als zij zwangerschapsonderzoeken moet ondergaan. De werkneemster heeft recht op deze aangepaste werk- en rusttijden tot 6 maanden na de bevalling. Bovendien mag de werkneemster tot negen maanden na de bevalling tot een kwart van haar werktijd besteden aan kolven of het geven van borstvoeding.