1 Duur
Hoe lang krijgt een zwangere
werkneemster zwangerschapsverlof?
De werkneemster heeft recht op 16
weken zwangerschapsverlof. Afhanke
lijk van de situatie kan zij zes tot vier
weken voor de uitgerekende bevalling
verlof op nemen. Na de bevalling kan
zij nog tien tot twaalf weken verlof krij
gen. Het UWV hanteert de volgende
regels:
. De werkneemster kan nooit eerder
dan zes weken en nooit later dan vier
weken voor de uitgerekende bevalling
zwangerschapsverlof opnemen.
. De werkneemster bepaalt zelf op welk
moment zij het verlof wil laten
ingaan.
. Werkt zij langer door dan tot zes weken
voor de bevallingsdatum, dan wordt
het resterende verlof van vóór de bevallingsdatum opgeteld bij het verlof dat
overblijft na de evalling. werkt de werkneemster iets langer door, dan
heeft dat dus geen gevolgen voor de
totale duur van het verlof.
. De werkneemster heeft recht op minimaal tien weken bevallingsverlof na
haar verlof.
. De werkgever is verplicht ervoor te
zorgen dat de zwangere werkneemster
vanaf uiterlijk vier weken voor de uitgerekende datum geen arbeid meer
verricht. Dit arbeidsverbod geldt formeel tot zes weken na de bevalling.
Een overtreding van deze verplichting
wordt beschouwd als een economisch
delict. De werkgever kan hiervoor met
een boete en zelfs gevangenisstraf wor
den bestraft. Wanneer wij als salarisprofessional te maken krijgt met overtreding van deze regels, zullen wij de werkgever waarschuwen
voor de gevolgen.
2 Langer verlof
Kan iemand in sommige gevallen ook langer zwangerschapsverlof krijgen? Omdat het tijdstip van de bevalling nooit
helemaal met zekerheid te voorspellen is,kan het voorkomen dat het verlof in de praktijk iets langer duurt en ook het
recht op een uitkering van het UWV wordt verlengd. Komt de baby namelijklater dan de uitgerekende datum, dan
kan de totale lengte van het verlof langer zijn dan 16 weken. Hierbij weegt ook de ingangsdatum van het verlof mee.
Ook de cao kan langer verlof mogelijk maken. Als salarisprofessional doet u er goed aan om de cao na te kijken. In het
merendeel van de gevallen mag de werkneem ster extra onbetaald verlof nemen.
Zij krijgt dan dus geen uitkering meer
van het UW. Mocht er niets geregeld
zijn, dan kan de werkgever op eigen initiatief extra onbetaald verlof mogelijk
maken. Dit is meestal geregeld in
het personeels- of arbeidsvoorwaardenregelement.
3 Aanvraagprocedure
Hoe werkt de aanvraagprocedure voor een uitkering tijdens zwangerschapsverlof?
Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de aanvraag van de
zwangerschaps- en bevallingsuitkering.
Dit gaat als volgt:
. De zwangere werkneemster laat een
zwangerschapsverklaring afgeven door
de verloskundige of haar behandelend
arts.
. Zij geeft deze verklaring door aan de werkgever.
. Werkgever meldt het verlof bij het UWV uiterlijk twee weken voor het verlof ingaat.
U moet hiervoor gebruikmaken van
een speciaal hiervoor ontwikkeld aanvraagformulier van het UWV. De bevallingsdatum hoeft u of de werkneemster niet door te geven aan het
UWV.
U kunt deze procedure ook door NedSal.com laten verzorgen.
4 Uitkering
Hoe hoog is de uitkering van
het UWV?
Het UWV betaalt gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof een uitkering uit ter hoogte van het laatste maandloon van de werkneemster. Hiervoor
geldt wel het maximum dagloon. In de
meeste gevallen maakt het UWV de uitkering aan de werkgever over. In dat geval
betaalt u het reguliere loon van de werk
neemster gewoon door. Op verzoek van de werkgever of van de werkneemster
kan het UWV de uitkering ook aan de
werkneemster zelf betalen.
5 Ziek
Wat gebeurt er als een zwangere werkneemster ziek wordt?
Als een werkneemster ziek wordt door de
zwangerschap, heeft ze recht op een
Ziektewetuitkering. Dit scheelt de werk
gever loondoorbetaling. Dit geldt zowel
voor als na het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wordt de. werkneemster zes
weken of eerder voor de uitgerekende
bevallingsdatum ziek, dan gaat haar ver
lof en de uitkering automatisch zes
weken voor de bevallingsdatum in, ook
als zij vier weken voor die datum wilde
stoppen met werken. Als de werkneemster ziek wordt tussen de zesde en vierde
week voor de uitgerekende datum, terwijl ze besloten had om vier weken voor die
datum met werken te stoppen, tellen de
ziektedagen als verlofdagen. Deze gaan
dan af van het bevallingsverlof. Deze
regel geldt ook als de werkneemster verzuimt om een reden die losstaat van de
zwangerschap. In dat geval krijgt de
werkneemster geen Ziektewetuitkering,
maar geldt de loondoorbetalingsplicht
tijdens ziekte.
Soms meldt een werkneemster zich ziek
na het zwangerschapverlof, terwijl ze ook
al ziek was voordat het verlof inging. Als
de medische oorzaak van deze ziekteperiode anders is dan daarvoor, dan geldt
een nieuwe ziekteperiode. Is echter de
medische oorzaak wel dezelfde is als van
de periode van voor het zwangerschapsverlof, dan gelden beide ziekteperioden
als één doorlopende periode. De loon
doorbetalingsplicht of de Ziektewetuitkering eindigt daardoor eerder.
Baby te vroeg
Een werkneemster stopt met werken
6 weken voor zij uitgerekend is. Zij
heeft dus na de bevalling nog 10 (16
min 6) weken verlof tegoed. Haar
baby komt echter te vroeg, al na 3
weken verlof. Toch krijgt zij in totaal
maximaal 16 weken verlof. De werkneemster heeft nu dus nog 13 (10
plus 3) weken verlof tegoed na haar
bevalling.
Baby te laat
Een werkneemster stopt met werken
4 weken voordat zij uitgerekend is. Zij
heeft dus na de bevalling nog 12 (16
min 4) weken verlof tegoed. Haar
kind wordt echter 2 weken te laat
geboren. De 2 weken die de baby op
zich heeft laten wachten, worden bij
de verloftermijn opgeteld. In totaal
duurt het zwangerschaps- en bevallingsverlof daarom 18 weken.
Aangepaste werktijden
Wanneer de zwangere werkneemster
om aanpassing van de arbeids- en
rusttijden vraagt, dan moet de wer
gever daarmee akkoord gaan. Zij heeft
namelijk recht op een regelmatig
arbeidspatroon en hoeft niet over te
werken of nachtdiensten te draaien.
Daarnaast heeft zij recht op extra
pauzes, tot maximaal l/8e van haar
werktijd. Deze pauzes moet de werk-
gever doorbetalen. Hetzelfde geldt als
zij zwangerschapsonderzoeken moet
ondergaan. De werkneemster heeft
recht op deze aangepaste werk- en
rusttijden tot 6 maanden na de bevalling. Bovendien mag de werkneemster tot negen maanden na de bevalling tot een kwart van haar werktijd
besteden aan kolven of het geven van
borstvoeding.
|