| Nieuws item van NedSal.com |
| Do 2 september 2010 | bron: www.werkkostenregeling .info | |
Veel gestelde vragen omtrent de werkkosten regeling |
Vragen en antwoorden
Er is van diverse kanten nog veel kritiek op de regeling en er is ook zeker nog behoefte aan een nadere toelichting op diverse onderdelen. In principe kunt u er echter van uitgaan, dat de regeling, zoals nu gepubliceerd onverkort zal doorgaan. Het is dus zeker belangrijk om alle consequenties van deze regeling tijdig te (laten) toetsen aan uw huidige arbeidsvoorwaarden.
Neen, in principe zijn alle afspraken met de fiscus m.b.t. o.a. kostenvergoedingen per 1-1-2011 vervallen. Alle regelingen dienen opnieuw aan de nieuwe wetgeving getoetst te worden.
Collectiviteitskortingen die werknemers krijgen bij een derde (verzekeraar, reisorganisatie e.d.) worden niet belast. Dergelijke voordelen vormen geen loon en vallen dus niet in het forfait. Koopt de werkgever de diensten of producten zelf in en betaalt de werknemer ten minste de factuurwaarde, dan valt er ook niets te belasten.
Neen, deze premies zijn in principe onbelaste vergoedingen, die belast zijn wanneer de bedragen tot uitkering komen. De zogenaamde omkeerregel.
De Werkkostenregeling dwingt u tot niets. Echter, het kan financieel aantrekkelijk zijn om de arbeidsvoorwaarden aan te passen. Dit zal zelfs in heel veel situaties het geval zijn. Zeker bij werkgevers die momenteel een cafetariasysteem kennen, zij zullen hier kritisch naar moeten kijken.
Voor conditie- en krachttraining op de werkplek wordt de waarde wordt op jaarbasis op € 200 per jaar gesteld. Deze bepaling geldt in de situatie dat de werkgever over een fitnessruimte beschikt en deze, al dan niet inclusief begeleiding, ter beschikking stelt aan zijn werknemers. De bepaling van de waarde is afgestemd op de kosten van fitness zoals dit in het economische verkeer gebruikelijk is. De waarderingseenheid (per jaar) is gekozen met het oog op een praktische afstemming op het bedrijfsproces. De werkgever heeft de keuze om het forfaitaire bedrag op jaarbasis tot het individuele loon van de werknemer te rekenen of als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen. Ingeval de werkgever een eigen bijdrage ter grootte van de bijtelling vraagt, blijft bijtelling bij het loon achterwege.Ingeval sprake is van conditie- en krachttraining die vereist is voor het vervullen van de dienstbetrekking, ligt het accent vooral op het onderhouden van de vereiste vaardigheden. Daarmee vallen dergelijke trainingen voor wat betreft de werkkostenregeling onder de gerichte vrijstelling voor cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke), ongeacht of deze op de werkplek plaatsvinden. In dat geval hoeft derhalve geen bedrag tot het loon te worden gerekend. Voorbeelden van een situatie waarin de conditie- en krachttraining vereist is voor de vervulling van de dienstbetrekking zijn een militair die op een stormbaan oefent, of een brandweerman, lid van het duikteam, die om zijn duikvaardigheden en duikkennis op peil te houden moet voldoen aan een minimumaantal oefenduiken per jaar.
Een werkgever die buitenlandse werknemers in dienst heeft voor wie hij hier geheel if gedeeltelijk gratis woonruimte regelt, zouden na de invoering van de werkkostenregeling een stuk duurder uit zijn. Althans dat stelde de staatssecretaris van Financiën in een brief van 5 november 2009 die de staatssecretaris aan de Tweede Kamer had gestuurd. In een persbericht van 11 november keerde hij echter terug op zijn standpunt. Deze kosten vallen nu onder de gerichte vrijstellingen.
Neen, teambuilding is niet belast. Het valt dus onder training en educatie. Discutabel wordt het wel, wanneer het meer dan een personeelsfeest of bedrijfsuitje is, want dan valt dat deel, dat niet zakelijk is, wel onder de forfaitaire regeling van 1,4%.
U mag gedurende die periode ieder jaar opnieuw kiezen of u de oude of de nieuwe regeling wil toepassen.
In afwijking in zoverre van het tweede lid is het bij de berekening van de verschuldigde belasting met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen, toegestaan om gedurende het kalenderjaar gebruik te maken van het door de inhoudingsplichtige verstrekte loon over het gehele voorafgaande kalenderjaar, met toepassing van de herleidingsregels, bedoeld in artikel 25, eerste lid. Bij toepassing van de eerste volzin vindt uiterlijk in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar herrekening van de verschuldigde belasting plaats op basis van het daadwerkelijk door de inhoudingsplichtige verstrekte loon waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b belasting is geheven.
Het antwoord is moeilijk te geven. In principe vervallen alle vrijstellingen, behoudens een paar met name genoemde onbelaste vergoedingen, zoals reiskosten, verhuiskosten en studiekosten. Alle vrijstellingen staan in het overzicht genoemd. We noemen deze "gerichte" vrijstellingen.
Het overzicht op deze site is niet onuitputtelijk, maar geeft een goed beeld van de verschillende kostensoorten. Zie
Zolang vergoedingen binnen het forfait (en ook binnen het maximum van 1,4%) vallen is dat uiteraard financieel aantrekkelijker dan heffen. Maar soms pakt het forfait beter uit dan gewoon heffen, ook al is dan de 80% eindheffing verschuldigd.
Bij de aankondiging van de wet is mogelijk de indruk gewekt, dat de strakke regels nu zijn vervallen. Zonder dat direct duidelijk was wat precies werd bedoeld, was er nog wel sprake van een gebruikelijkheidstoets. Met deze toets kan de inspecteur dus misbruik van de regeling voorkomen. Dat maakt dat de werkkostenregeling niet uitbundig kan worden toegepast. De inspecteur kan bijvoorbeeld het onbelast verstrekken van 3 dure fietsen aan 1 medewerker, als niet gebruikelijk aanmerken en deze verstrekking voor het overmatige deel dus wel belasten Kan een dga dus bijvoorbeeld zijn toptarief daardoor fors verlagen door loon in te ruilen voor eindheffingsbestanddelen? Nee, zeker niet!.
|